Dag 1 : zaterdag 18 augustus
Met de Ordesa vallei als eerste bestemming hadden we ruim 14 uur rijden voor de boeg, wat betekende dat vroeg opstaan de boodschap was. Onderweg zagen we, naast een tiental buizerds en enkele reeën, niet zo veel. Vroeg in de avond waren we al in de buurt van Ordesa en besloten we een camping te zoeken om de nacht door te brengen. Camping d'Oto ligt op wandelafstand van het dorpje Broto en op 10 minuutjes rijden van de Ordesa vallei.
Dag 2 : zondag 19 aug.
Na een avond van kennismaking met de Spaanse cultuur vonden we het iets te hoog gegrepen om onmiddellijk aan onze geplande trektocht te beginnen, waardoor dit een rustige dag werd met een kleine verkenning van het begin van de Ordesa vallei. In de wegbermen stond alpenmuursla (Cicerbita alpina) talrijk in bloei, en iets hogerop in het bos vonden we al snel planten zoals Éénbes (Paris quadrifolia), Leverbloempje (Hepatica nobilis), Kleine astrantia (Astrantia minor), Bruinrode wespenorchis (Epipactis atrorubens) en grote aantallen Ramonda myconi!
Iets hoger gelegen, langsheen een rotswand vonden we al snel planten zoals Wilde akelei (Aquilegia alpina), Smalgespoord vetblad (Pinguicula leptoceras) en reeds Edelweiss (Leontopodium alpinum) op uitzonderlijk lage hoogte. Ook bloeiende Ramonda myconi en Langbladige steenbreek ( Saxifraga longifolia vormden een mooie verrassing.
Dag 3 : zaterdag 20 augustus
Vroeg vertrokken op de camping met volle rugzakken, klaar om enkele dagen de hoogte in te trekken. Een eerste stuk van het pad hadden we de voorgaande dag reeds verkend, en was dus bekend terrein. We stegen al snel enkele honderden meter, waarna het pad de vallei grotendeels op vaste hoogte volgde.
Wandelend over de lichtbeboste helling zagen we niet alleen algemene vogels zoals Vink (Frigilla coelebs), Goudhaantjes (Regulus regulus), Zwarte mees (Parus ater), Kuifmees (Parus cristatus), Groenling (Chloris chloris) en Zwarte specht (Dryocopus martius), maar ook 2 Lammergieren (Gypaëtus barbatus) en enkele Vale gieren (Gyps fulvus) die op bijna gelijke hoogte doorheen de vallei zweefden!
Ook Edelweiss (Leontopodium alpinum) zagen we nog enkele keren, waardoor bleek dat dit plantje, waar we de vorige jaren in de Alpen zo naar gezocht hadden, hier helemaal niet zo zeldzaam is.
Verder troffen we ook nog aan : Parnassia palustris, Saxifrage aizoides, S. cotyledon, S. caesia, Gypsophila sp., Sedum dasyphyllum, Silene acaulis, Daphne sp., Cirsium eriophorum, Phyteuma sp., Gentianella nana, Iris xiphium, Erinus alpinus, Globularia cordifolia, G. nudecaulis, Gentiana nivalis en enkele Dianthus soorten waaronder D. monspessulanuss ssp. sternbergii.
Wolken waaiden de vallei binnen en een lichte motregen streek neer toen we besloten terug af te dalen in de vallei, om hier de nacht door te brengen. Onderweg zagen we nog enkele Gemzen (Rupicapra pyrenaica) en hoorden we de marmotten hoog boven ons fluiten. Terug op vlak terrein, bleek dit deel van de vallei vol te staan met Herfsttijloos (Colchicum alpinum). Terwijl een Lammergier (Gypaëtus barbatus) hoog boven ons cirkelde en een Gele kwikstaart (Moticilla flava) foerageerde aan het nabij gelegen stroompje, besloten we nog snel iets te eten. Daarna zetten we de tenten op, ( gele 1 op bovenstaand kaartje) want we waren van plan de hoogte in trekken.
Dag 4 : zondag 21 augustus
Al vroeg werden we wakker bij een frisse 1°C, terwijl een opkomende zon het signaal vormde om te vertrekken. Snel nog iets etend, zagen we een koppeltje Zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros) en een vluchtige Waterspreeuw (Cinclus cinclus). Wat verderop, aan het einde van de vallei, zagen we een 25-tal Gemsen en enkele Marmotten (Marmota marmota).
Aan Cascada Cola de Caballo ging het een stukje steil omhoog. Langsheen een overhangend stuk rotswand, zagen we naast enkele Alpenkraaien (Pyrrhocorax pyrrhocorax) en -kauwen (Pyrrhocorax graculus), ook een rotszwaluwennest.
We zagen de vallei, die we inmiddels achter ons lieten, zich vullen met wolken. Het duurde dan ook niet lang alvorens we zelf door wolken omringd werden, waardoor we besloten in hoog tempo door te stappen naar de Refuge de Góriz, om zo van een mogelijke regenvlaag gespaard te blijven. Onderweg zagen we echter wel nog Sempervivum tectorum, Alchemilla sp., Geranium argenteum en een Vale gier (Gyps fulvus).
De wolken kozen uiteindelijk een andere richting, waardoor we opgelucht verder gingen. In de refuge, waar de meeste mensen overnachten alvorens ze de Mount Perdido beklimmen, kochten we nog een paar flessen drinkwater en brood. We planden om nog enkele honderden meter te stijgen en onder de sneeuwgrens een overnachtingsplaats te zoeken.
Bij het verlaten van de refuge zagen we nog een Rode wouw (Milvus milvus), een groep Alpenkauwen (Pyrrhocorax graculus) en iets hogerop een Tapuit (Oenanthe oenanthe).
Steeds hogerop klimmend kwamen we nog een eenzame gems tegen, die zich gewillig liet fotograferen.Vermits we inmiddels boven de grasrijke zone waren, kwamen typische rotsplantjes veel meer voor, met als belangrijkste soorten: Saxifraga oppositifolia, Hutchinsia alpina, Linaria alpina en Leucanthemum sp.
We bevonden ons aan de schaduwzijde van Mount Perdido en zodra de zon verdween was de afkoeling tot -1°C erg voelbaar, maar gelukkig waren we hier dit jaar wel op voorbereid! Daar we vandaag al ruim 1000 meter hadden gestegen, werd het tijd de tenten op te slaan. Dit deden we in de beschuttig van enkele rotsblokken, waarna we, met de hoop dat er geen stukken rotswand zouden los komen die nacht, in slaap vielen. (zie nr. 2 op het kaartje).
Dag 5: maandag 22 augustus
7 Uur 's ochtends, -8ºC, koud! We besloten snel toch iets te eten vooraleer de tenten in te pakken en te vertrekken. Hierbij kwam, tot onze verbazing, een onschuwe Alpenheggemus (Prunella collaris) nieuwsgierig dichterbij, tot slechts enkele decimeters van ons verwijderd! We vermoedden dat het beestje mogelijk aangetrokken werd door een zak muësli wat we aan het eten waren, maar het was in alle geval een eerste verbazingwekkende kennismaking met deze alpiene soort!
Slechts enkele minuten later terwijl we onze rugzakken aan het pakken waren, zagen we één van de spetters van deze reis, een Rotskruiper (Tichodroma muraria). Deze zat op een rotsblok, op slechts enkele meter van ons vandaan. Deze dag kon alvast niet meer stuk op ornithologisch gebied.
Al snel kwamen we enkele groepjes mensen tegen die de nacht in de refuge hadden doorgebracht, maar het zelfde doel hadden voor vandaag, namelijk de top van Mnt. Perdido bereiken. Dit belette ons echter niet van te genieten van de aanwezige fauna en flora. Enkele planten die we waarnamen: Saxifraga urbium, Artemisia sp., Erigeron uniflorus, Veronica alpina, Doronicum grandiflorum en Androsace carnea.
Het bereiken van Lago Helado ging met uitzondering van een enkele meter relatief eenvoudig. Deze paar meter waren echter niet zonder gevaar, want om een rotswand te overbruggen moesten we via een smalle richel een kleine waterstroom oversteken. Uitglijden op de natte rotsen zou onvermijdelijk betekenen dat je viel, met een grote kans tussen een sneeuwplek en de onderliggende rotsen te belanden, dus niet onmiddellijk zonder gevaar.
Het gesteente en de sneeuw ertussen was nog bevroren, en eens we Lago Helando bereikten bleek ook hierop heel wat ijs te drijven. Vanaf dit meer kregen we gedurende enkele momenten eindelijk bijna de top te zien van Mnt. Perdido, waarna deze al snel terug in de wolken verdween. Het laatste stuk richting de top zag er steil uit en zou een beproeving worden.
We besloten niet te lang uit te rusten aan het meertje en bijna onmiddellijk aan de klim te beginnen. Het eerste deel van de flank, met hard gesteente, was op wat geklauter na, goed begaanbaar. Hierna kwam het langste stuk, met bevroren losse stenen en hierop een verse laag sneeuw, maar gelukkig konden we een zigzaggend spoor volgen van enkele voorgangers.
Ondanks het feit dat we alle 3 een zware rugzak hadden, in tegenstelling tot de meeste anderen die dag, bereikten we de top aan een mooi tempo.
We zaten temidden van de wolken, maar van zodra hier beweging in kwam en zich op die manier delen van het omliggende landschap ontsluierden, werden we stil van blijdschap en ontzag. De koude en vermoeidheid werden op slag vergeten door een adembenemend uitzicht. Tot onze verbazing konden we zelfs op deze hoogte nog enkele waarnemeningen doen, zoals een Alpenheggemus (Prunella collaris), een Alpenkauw (Pyrrhocorax graculus), alsook bloeiende (!) Saxifrage oppositifolia.
Hoe mooi het er ook was, we konden er niet blijven. We moesten terug afdalen, vermits we de intentie hadden nog een relatief grote afstand af te leggen, weliswaar zonder veel stijgen of dalen (vanaf Lago Helado).
Aanvankelijk volgden we de anderen terug omlaag, dit over hetzelfde pad waarlangs we omhoog gekomen waren. Dit was echter een gladde en moeilijke weg geworden door het vele betreden ervan, waardoor we zonder twijfel besloten een tiental meter verder, parallel aan het pad, in een veel rechtere en snellere baan af te dalen.
Door de stabielere verse sneeuw konden we aan een hoog tempo dalen. Ook het vast gesteente lieten we links liggen en we daalden in een rechte lijn af naar het meertje, waarna al snel ook de anderen onze route verkozen.
We waren van plan te overnachten in de buurt van de Spaans-Franse grens, en de volgende dag de route beëindigen, en terugkeren naar de auto (blauwe lijn op het kaartje). Wij hadden dus nog een flink stuk stappen voor de boeg vanaf Lago Helando, in tegenstelling tot alle anderen die we tegenkwamen. Zij keerden allen terug naar Refuge de Góriz.
Het eerste deel van het pad ging rondheen de top Pitón SW en was vrij makkelijk begaanbaar. Het gebergte rondom ons oogde kleurrijk en ruw, en naast enkele minieme Androsace en Saxifraga was er niet veel leven te bespeuren. Wanneer het pad richting Col de la Cascade draaide, werd alles nog veel ruwer, met daarnaast ook kloven, sneeuw- en ijsplekken, en daar bovenop was het pad nog amper aangegeven. Nadat we een stuk afgedaald hadden, kwamen we terug enkele planten tegen, waaronder Armeria maritima spp. alpina, Saxifrage oppositifolia, Silene acaulis, Papaver sp. en Leucanthemum sp.
Langsheen de Ordesa vallei werden wolken aangevoerd die zich opstapelden tegen de flank waarop we ons bevonden. Bovenop het slecht aangeduide pad raakten we nu ook door de mist nog heel wat minder snel vooruit. Het was pas nadat we het gevaarlijkste stuk pad van de hele reis trotseerden, dat we besloten rechtsomkeer te maken. Een 40cm smalle richel, met ernaast een 200m diepte, tenminste daar waar we de bodem van konden zien. Nog verder gaan leek onmogelijk door het te gevaarlijke pad, dat verderop nog moeilijker begaanbaar leek te worden, waarna we langsheen dezelfde weg teruggingen.
Spoedig bereikten we enkele stenen kringen, die reeds eerder als kampeerplaats dienden. Ondanks de vochtige ondergrond en wetende dat dit geen goede plaats was, besloten we toch de tenten op te zetten (nr. 3 op het kaartje). We waren vermoeid, waren te ambitieus geweest, en hadden de bergen onderschat.
Dag 6: dinsdag 23 augustus
Midden in de nacht werden we wakker, natte slaapzakken, binnensijpelend smeltwater, ijzige kou en luid gevloek. Een ingedrukte tent maakte al snel duidelijk dat we waren ondergesneeuwd! Een poging ons af te schermen van het water werkte maar gedeeltelijk, en door de kou konden we niet meer slapen, maar de duisternis verhinderde ons te vertrekken.
Van zodra het licht werd vertrokken we zo snel mogelijk, na alles wat nog droog of waterwerend was te hebben aangetrokken. Alles wat nat was de rugzak in, wat deze uiteraard aanzienlijk zwaarder maakte.
Een temperatuur van 1°C voelde stukken kouder aan door een ijzige wind, maar het was wel dankzij deze wind dat we nu een uitzicht hadden. Rondom ons alleen maar groene bergen, en nergens anders sneeuw dan op de flank waar wij de nacht doorbrachten. Tenten opslaan nabij de 3000m hoogte, we hadden ons lesje wel geleerd!
Na snel langsheen Lago Helando te passeren, en enkele honderden meter verder af te dalen, was er ook voor ons geen sneeuw meer te zien. Met een op enkele meter boven onze hoofden overvliegende rotskruiper (kippenvelmoment !), kruisten we enkele klimmers die reeds dapper op weg naar de top van Mnt. Perdido waren.
We daalden snel af tot de Refuge de Góriz waar we, onder meer met het nuttigen van een warme maaltijd, even op krachten kwamen. Tijdens de verdere afdaling zagen we nog enkele marmotten (Marmota marmota) en een gems (Rupicapra pyrenaica). Aangezien onze slaapzak, en een deel van de kledij doorweekt was van het binnensijpelend smeltwater van vorige nacht, restte ons maar één optie, namelijk zo snel mogelijk beneden in de vallei staan.
Het pad dat doorheen de vallei loopt ging rechtstreeks naar de busstop, waar we de bus terug naar onze auto zouden nemen. Het was vrij vlak en makkelijk begaanbaar, maar leek eindeloos door onze uitputting. Het eerste deel liep langs de Rio Arazas, waarr we nog een weinig schuwe waterspreeuw (Cinclus cinclus) konden observeren. Het volgende deel van het pad nam iets meer afstand van de rivier en zigzagde omlaag door een beboste omgeving, waarbij men steeds het geraas van de rivier op de achtergrond kon horen. We merkten er een talrijk aantal keren maretak in dennenbomen op, iets wat we tot hiervoor nog nergens anders hadden gezien.
Eens terug aan de auto besloten we terug naar Camping d'Oto te rijden om daar de nacht door te brengen.
Dag 7: vrijdag 24 augustus
Deze dag zouden we bekomen van de voorgaande en waren we niet van plan veel intensiefs te doen. We aten aan de Barranco de Yosa die vlakbij de camping stroomde, het wemelde er van de gele kwikstaarten (Moticilla flava) en grauwe vliegenvangers (Muscicapa striata). Als kers op de taart kwamen 3 aasgieren (Neophron percnopterus) op lage hoogte over ons heen cirkelen, een prachtwaarneming.
Door het slechte weer in de hogere bergen zagen we bijna constant vale gieren (Gyps fulvus) rondheen de lagere bergtoppen omheen de camping. Blijkbaar waren ook zij uit de bergen verdreven.
De rest van de dag brachten we door in het stadje Broto en op de camping zelf. Onderweg naar Broto vonden we een stuk rots aan het water waar Saxifraga longifolia massaal aanwezig was. ´s Nachts konden we uilen horen, maar we hadden niet onmiddellijk een idee om welke soort het ging.
Dag 8: zaterdag 25 augustus
We vertrokken vroeg naar het Parc Nacional D´Aigüestortes, wat een deel van de Pyreneeën is dat vele meertjes bevat, en ongeveer 170km oostenlijker gelegen is dan de Ordesa vallei. Onderweg zagen we o.a. rode wouw (Milvus milvus), 2 buizerds (Buteo buteo) en enkele bellen gieren, waarvan de grootste uit een 40-tal exemplaren bestond. Helaas was de weg vaak erg smal, waardoor we de mogelijkheid niet hadden om de auto langsheen de kant te plaatsen, en de bellen te determineren.
We bereikten het park reeds snel en besloten naar het stuwmeer Estany Gento te rijden, waarbij je met de auto tot aan het meer kan rijden. We aten op de stenen aan het water, waarna we al snel merkten dat deze iets hogerop vele muurhagedissen (Podarcis muralis) bleken te herbergen. Daarnaast vlogen er ook vele rotszwaluwen (Hirundo rupestris) en vlinders. Ook de rups van de veelvraat (Macrothylacia rubi) kwam er voor, en Bergvlier (Sambucus racemosa) bleek hier een van de algemeenste struiken te zijn. We vonden een kleine camping in la Guingueta d´Aneu, waarbij we onderweg hier naartoe ook een vos (Vulpes vulpes)
zagen in de wegberm.
Dag 9: zondag 26 augustus
We reden met de auto tot een parking iets voorbij Espot, waar er een wandelpad vertrok naar het meer Estany de Sant Maurici. Het eerste deel van dit pad was vrij vlak en volgde de stroom Riu Escrita. In het omgevende grasland troffen we heel wat vlinders aan, zoals: zomererebia ( Erebia aethiops), oranje luzernevlinder (Colias croceus), Zygaena lonicerae, bruin zandoogje (Maniola jurtina), kleine vos (Aglais urticae), dambordje (Melanargia galathea), grote parelmoervlinder (Argynnis aglaja) en nog verschillende andere Argynnis sp.
De rest van het pad verliep steigend doorheen de bossen, maar nog steeds erg makkelijk begaanbaar. We zagen nog enkele vale gieren (Gyps fulvus), een paar gemzen (Rupicapra pyrenaica), muurhagedis (Podarcis muralis), Monochamus galloprovincialis, gentianella (Gentianella nana), Lilium bulbiferum, Digitalis grandiflora en een volledig paarse Linaria alpina!
Estany de Sant Maurici is een vrij groot meer op ongeveer 2000 meter hoogte, heeft erg helder water, en langsheen de oever troffen we o.a. Saxifraga stellaris en Ranunculus sp. aan. Volgens de infoborden zou de vallei ook goed zijn voor pyreneëen watermol ⁄ desman (Galemys pyrenaicus), alpensneeuwhoen (Lagopus muta), auerhoen (Tetrao urogallus) en steenarend (Aquila chrysaetos), maar deze zagen we helaas niet. Dit bleek een erg gekende wandeling te zijn, waardoor we ze beter niet op een zondag hadden gedaan.
We volgden het wandelpad langsheen de Cascada de Ratera tot aan het 4x4-pad dat we volgden naar Estany de Ratera. Vanaf dit meertje gingen we zonder pad naar de rotswand van Cresta de Bassiero, maar deze leek toch iets te moeilijk om te beklimmen. We zagen hierbij wel enkele mooie exemplaren van Globularia cordifolia.
We daalden via de Estanys de Llosa in vrij hoog tempo af naar de Refuge d´Amitges, waar we het 4x4 pad terug volgden tot Estany de Maurici, en zo terug naar de auto, waarna we besloten de volgende dag terug te gaan en de wandeling naar Estany Negre te doen.
Dag 10: maandag 27 augustus
We lieten de auto achter in Espot en volgden het wandelpad 'Gr 11-20' naar Estany de Llandres, een goede 650 meter hoger gelegen. Het was een makkelijk pad doorheen afwisselend grasland en stukken bos, wat een geschikt biotoop was om er volgende vlinders aan te treffen: vele blauwtjes en zomererebias (Erebia aethiops), Spaanse vlag (Euplagia quadripunctaria), dambordje (Melanargia galathea), Zygaena lonicerae, apollovlinder (Parnassius apollo), witbandzandoog (Brintesia circe), kommavlinder (Hesperia comma), een rups van de wolfsmelkuil (Acronicta euphorbiae), en de wants Lygaeus equestris.
Vanaf Estany de Lladres was het mogelijk een 4x4-pad te volgen tot Refugi J.M. Blanc, een goede 300 meter hogerop. De berghut was omgeven door Estany Tort, en de keuken ervan was nog open, waardoor we er iets bleven eten. Extany Negre was maar een klein stukje verderop,en strekte zich voor ons uit, omringd door pieken en ebolies.
Op de terugweg zagen we nog een rups van de wolfsmelkuil (Acronicta euphorbiae), alsook een koppeltje kommavlinder (Hesperia comma), Gentiana acaulis, Sempervivum arachnoides en bloeiende carolinadistels (Carlina acaulis).
Dag 11 - 14: 28 - 31 augustus
De laatste dagen van onze reis brachten we door in en rond L´Escala, waar we onze vakantie afsloten met zon, zee en strand. Een welgekome ontspanning na, de best zware, 10 voorbije dagen. De baai en strand aan Cala Montgó vonden we het beste om te snorkelen, terwijl deze van L´Escala zelf, iets te zanderig was.
We verblijven op Camping L´Escala die zowat in het centrum van L´Escala is gelegen. Ze spraken er tot onze verbazing zelfs een beetje Nederlands, en stuurden enkele maanden later zelfs een kerstkaartje.
´s Nachts zagen we op vele muren in het stadje Europese tjitjak (Hemidactylus turcicus).
De laatste dag reden we naar L´Estartit, waar het mogelijk was om o.a. met bootjes met een glazen bodem een tour te maken om op die manier een betere kijk te hebben op het onderwaterleven, maar we hielden het zelf op wat snorkelen. De kustlijn was hiervoor minder geschikt naar onze mening. Er zaten wel heel wat mossels en zeeëgels. De dag hierna keerden we terug huiswaarts, terugdenkend aan 2 mooie weken!
~
